29 mei 2014

Turkse rode linzensoep *

“Linzen” is het meervoud van linze. De linze (plant) is een eenjarige peulvrucht die al eeuwen verbouwd wordt, zelfs in het Oude Testament wordt de linze al vermeld. Linzen komen van oorsprong uit Azië en Zuid-Europa. Het is dan ook niet vreemd dat ze vooral gebruikt worden in de Indiase, Spaanse, Turkse en Marokkaanse keuken. Het gewas, waarvan men zegt dat het veel warmte nodig heeft om te groeien, gedijt ook goed in koudere werelddelen. Canada, dat op het noordelijk halfrond ligt, is momenteel zelfs de grootste exporteur van linzen.Linzen kun je beter niet rauw eten. Ze bevatten een aantal schadelijke en/of slecht verteerbare stoffen die tijdens het koken afgebroken worden.  Anders dan bij gedroogde bonen hoeven linzen niet urenlang te weken. Het mag, maar een uurtje weken is eigenlijk al voldoende om de kooktijd te beperken en de verteerbaarheid te verhogen. Sommige linzen – rode linzen bijvoorbeeld – hoef je zelfs helemaal niet te laten weken.


Benodigdheden (voor vier personen): 

250 gram rode linzen
1 ui
1 aardappel
1 winterwortel
½ eetlepel tomatenpuree
½ theelepel gedroogde chilivlokjes

1 rode paprika
1 theelepel knoflookpasta of fijngehakte knoflook
1 theelepel foelie
1 theelepel paprikapoeder
1 theelepel gemalen komijn
Turkse yoghurt
2 eetlepels olijfolie
2 bouillonblokjes (kip)
1,5 liter kokend water
verse munt en fijngehakte verse krulpeterselie




Bereiding:

Schil de wortel en de aardappel en snijd ze in kleine blokjes. Ontdoe de paprika van de zaadlijsten en snijd deze eveneens in kleine blokjes.  Pel de ui en snijd ook deze in kleine blokjes. Fruit de ui aan in de olijfolie in een ruime pan. Wanneer de ui glazig is geworden, voeg je de knoflook en de tomatenpuree toe en roer dit even goed om. Voeg vervolgens ook de blokjes aardappel, de paprika en de wortel toe en bak deze ook even mee. Was ondertussen de linzen grondig in een zeef onder stromend water tot het water wat eraf komt helemaal helder is. Voeg ze vervolgens toe in de pan en bak nog heel even mee. Verkruimel de twee bouillonblokjes boven het geheel en giet er de 1,5 liter kokend water op. Voeg de kruiden (chilivlokjes, paprikapoeder, komijnpoeder en foelie) toe aan de bouillon. Laat het geheel aan de kook komen en laat dit ongeveer 3 kwartier zachtjes doorpruttelen tot de linzen helemaal gaar gekookt zijn. Zet dan even de staafmixer in de soep zodat alle stukjes groenten fijn zijn. Serveren met een eetlepel Turkse yoghurt en bestrooi deze met verse fijngehakte peterseliepul en een snufje paprikapoeder.

Serveertip:

Heerlijk met Turks brood!

27 maart 2014

Sushi Salade *

Sushi is de laatste jaren helemaal hot & hip! Je hoort het zo ontzettend vaak dat mensen lekker uit eten gaan om sushi te eten. Sushi zelf maken is niet zo moeilijk, maar wel heel veel werk. Daarom zien de meeste mensen dat niet zo zitten. Maar om het jezelf gemakkelijk te maken kun je met de ingrediënten er ook een simpele salade van maken. De smaak van deze sushi salade is precies hetzelfde als de originele sushi en het is eenvoudig te bereiden en het staat binnen no-time op tafel!


Benodigdheden:

250 gram sushi-rijst
1 rijpe avocado
100 gram Surimi
½ halve komkommer
2 Nori-vellen
2 stengels lente-ui
3 eetlepels geroosterde sesamzaadjes

Voor de dressing:
1 klein scheutje sojasaus (= naar smaak, dit mag eventueel ook weggelaten worden)
3 eetlepels rijstazijn
2 theelepels suiker
1 theelepeltje zout

Bereiding:

Kook de rijst volgens de bereidingswijze op het pak. Snijd ondertussen de komkommer (met schil), de Surimi en de avocado in kleine stukjes en het bosuitje in smalle ringen. Meng in een bakje de ingrediënten voor de dressing. Als de rijst klaar is, spoel je de rijst af onder koud water zodat de rijst meteen afkoelt. Meng de nog lauwe rijst met de dressing en schep deze met een houten lepel (in een houten schaal) voorzichtig door de rijst. Wanneer de rijst volledig is afgekoeld, mag je de avocado, komkommer, Surimi, de lente-ui en de sesamzaadjes toevoegen. Knip boven de kom de Nori-vellen in stukjes en voeg die ook toe. Laat de sushi salade in de koelkast staan totdat je hem gaat serveren.

Serveertip:

Je kunt de Surimi ook vervangen door voorgegaarde cocktailgarnalen, echte krab, stukjes tonijn of zalm of andere vissoorten. Het is natuurlijk ook mogelijk om een Sushi-fruitsalade te maken!

16 maart 2014

Bloemkoolsoep *

Benodigdheden (voor 4 personen):

1 kleine bloemkool (in kleine roosjes)
1 grote aardappel  of 2 kleine (geschild en in kleine blokjes)
2 tabletten kippenbouillon
4 plakken Coburger ham
2 eetlepels Boursin (met tuinkruiden en knoflook)
750 ml. water
1 mespunt foelie
½ mespuntje kerriepoeder
Snufje versgemalen peper


Bereiding:

In een ruime pan de bloemkoolroosjes en aardappelblokjes met 750 ml. water aan de kook brengen. Doe de kippenbouillontabletten erbij.  Laat de bloemkool en de aardappel in 18 min. gaarkoken. Neem daarna de pan van het fornuis en mix de bloemkool en aardappel met een staafmixer tot een gladde substantie.  Bak de plakjes Coburger ham in een droge koekenpan lekker krokant en laat ze daarna nog even uitlekken op een vel keukenpapier. Roer de Boursin door de soep en maak de soep verder op smaak met de foelie en de kerrie. Soep opnieuw aan de kook brengen en daarna direct verdelen over de 4 soepkommen en de ham daarboven verkruimelen. Bestrooi met wat versgemalen peper.

Serveertip:

Lekker met vers gesneden bruin stokbrood en kruidenboter.

Sajoer Boontjes *

Benodigdheden:

2 dl runderbouillon
2 eetlepels olie
1 ui gesnipperd
1 theelepel sambal oelek
½ theelepel knoflookpasta
2 theelepels laos
1 eetlepel goela djawa
500 gram sperzieboontjes
3 dl water
2 eetlepels santen
zout
citroensap



Bereiding:

Fruit de ui, met de sambal, het knoflookpoeder, de laos, de goela djawa en wat zout. Voeg er de bouillon en boontjes aan toe. Laat de groenten dan in 15 minuten bijna gaar worden. Hierna de santen, het citroensap en het water toevoegen en nog 5 minuten zachtjes laten koken.

Serveertip:


Heerlijk bij Rendang, Smoorvlees of Babi Ketjap en daarbij wat witte rijst.

15 maart 2014

Kippenlevertjes in mosterdsaus *

De lever van verschillende dieren wordt door mensen geconsumeerd en geldt vaak als een delicatesse. Bekend is vooral de Foie Gras (ganzenlever) en leverpastei (gemaakt van varkenslever), maar ook kippenlevers en runderlevers worden voor consumptie gebruikt. Lever heeft meestal een sterke typische geur en smaak die lang niet iedereen kan waarderen.
De Foie Gras zouden ze moeten verbieden, aangezien ganzen hiervoor worden mishandeld doordat ze gedwongen moeten eten, om zodoende snel een vergrote lever te krijgen. Afschuwelijk vind ik dat!. Runderlever eet ik liever niet, omdat dit vrij droog van smaak wordt. Varkenslever vind ik heerlijk als het op Griekse wijze wordt gegrild. En kippenlevers eet ik het liefst volgens onderstaand recept, dat ik zelf heb bedacht. Hoewel ik probeer om niet te koken uit pakjes, zakjes en allerlei kant-en-klare produkten, gebruik ik hierbij wel de Calvè Mosterdsaus. Want die heb ik zelf nog niet met dezelfde smaak en eenzelfde consistentie kunnen namaken.


Benodigdheden  (voor 2 personen):

500 gr. kippenlevertjes
1 grote ui
1 bakje champignons
1 flinke scheut Mosterdsaus van Calvé
Boemboe saté
aromat
peper/zout naar smaak
maïzena
1 grote blok kippenbouillon (maak hiervan met kokend water een ½ liter bouillon)
2 eetlepels olijfolie


Helaas nog geen eigen foto van dit gerecht, dus voorlopig eentje die het meest lijkt op hoe mijn gerecht er na de bereiding uitziet. Ik hoop snel een eigen foto te kunnen plaatsen!

Bereiding:

Maak de kippenlevertjes goed schoon, verwijder slechte stukjes en draadjes. Snijd de grote levers over de helft. Meng op een bord de maïzena met de Boemboe saté, peper en aromat. Haal de kippenlevertjes goed door de gekruide maïzena.
Maak in een hapjespan de olie goed heet en fruit de uien aan, voeg daarna de kippenlevertjes toe en bak deze lichtbruin. Voeg dan de champignons toe. Giet hierna steeds een beetje van de bouillon toe, totdat er een romige saus ontstaat. Doe hierbij een flinke scheut mosterdsaus. Laat dit nog 5 minuten op een lage temperatuur/zacht vuur staan en roer regelmatig door.

Serveertip:


Verse spinazie en aardappelpuree.

6 maart 2014

Gnocchi di Sorrentina **

Gnocchi is een Italiaanse pastasoort. Het woord Gnocchi, meervoud van het Italiaanse Gnocco, betekent "klont". De Aziatische varianten worden vaak met het Engelse woord "dumpling" aangeduid, de Nederlandse variant is knoedel. Gnocchi is vooral bekend in de variant van aardappel; Gnocchi di patate. In Rusland worden zij ook "Gnocchi" genoemd. Gnocchi di patate zijn een soort ovale balletjes, gemaakt van aardappel en tarwebloem. Het is een typisch Italiaans gerecht. De aardappelen worden gekookt en gepureerd, daarna met meel en eidooier gekneed en dan gekookt in kleine balletjes. De Gnocchi zijn klaar als ze komen bovendrijven. Ze worden vaak geserveerd met een saus van tomaten of van zachte kaas.




Benodigdheden:

Gnocchi di patate:
1 kilo bloemige aardappelen
2 eidooiers
150 gram fijne tarwebloem

Sorrentina saus:
1 eetlepel olijfolie
1 flinke mespunt knoflookpasta
1 ui
Tomato frito saus
Vers gemalen peper en zout naar smaak
1 eetlepel gedroogde oregano
100 ml. zoete witte wijn
6 blaadjes basilicum
100 gram buffelmozzarella

Bereiding:

Verwarm de oven voor op 200 °C. Kook de aardappelen in circa 20 minuten gaar. Laat ze afkoelen totdat ze nog lauwwarm zijn.
Bereid ondertussen de Sorrentina saus. Snipper de ui fijn en fruit deze aan in de olijfolie, voeg de knoflookpasta toe en laat deze nog even meefruiten. Voeg de Tomato frito saus toe en roer goed door. Voeg de zoete witte wijn toe. Breng op smaak met de gedroogde oregano, de verse basilicum blaadjes, zout en versgemalen peper. Laat deze saus op een lage temperatuur een beetje inkoken. Bereid nu de puree. Gebruik hiervoor een pureeknijper (geen stamper dus) om er puree van te maken. Voeg de 2 eierdooiers en de bloem toe aan de puree en kneed dit met je handen goed door tot je er een stevige bal van kunt maken en alle bloem en aardappel is opgenomen. Bestuif je werkvlak nu met een beetje rijstebloem. Snijd vervolgens een plak van de bal af en rol hiervan een ‘worstje’ op het bestoven werkvlak. Snij hiervan met een mes steeds stukjes van circa 2 cm. af. Rol de stukjes in je handen tot een klein ovale vorm. Vervolgens haal je de Gnocchi over een vochtige vork, zodat er kleine ribbeltjes in ontstaan. Zet een kookpan op met water en breng dit aan de kook. Laat de Gnocchi in de pan glijden en wacht totdat ze aan de oppervlakte komen drijven. Zodra ze drijven: zijn ze gaar. Neem ze voorzichtig met een schuimspaan uit de pan en laat ze in een vergiet uitlekken.
Meng de Gnocchi met de Sorentina saus en schep het geheel in een ovenschaal. Snijd plakjes van de Mozzarella en verdeel deze over de ovenschaal met Gnocchi. Zet de ovenschaal circa 10 minuten in de voorverwarmde oven.

Serveertip:

Heerlijk met een frisse groene salade. Lekker een glaasje Chianti of Lambrusco erbij!


13 februari 2014

Huzarensalade (Koude Schotel) **

Op een warme zomerse dag is het altijd heerlijk om ’s avonds iets te eten dat lekker koel is. Maar bij mijn ouders kwam deze Huzarensalade (of Koude Schotel zoals wij het op zijn Brabants noemden, het schijnt overigens ook een Limburgs gerecht te zijn) altijd op 1e Kerstdag op tafel als voorgerecht. Hoewel mijn moeder meestal het eten kookte, werd de Koude schotel altijd door mijn vader gemaakt. Ik hielp hem vaak met de garnering toen ik nog een jong meisje was. Op bijgaande foto had ik er deze keer met komkommerschijfjes een soort vis van gemaakt, maar de garnering en versiering verschilt nogal eens. Voor een uitgebreid koud buffet is dit natuurlijk ook een ideaal gerecht. Meestal serveer ik het dan per persoon op kleine bordjes of in kleine schaaltjes. Het rundvlees kan uiteraard ook worden vervangen door vis: zoals zalm of tonijn. De hoeveelheden die hieronder staan vermeld zijn als voorgerecht voldoende voor zeker 6 personen, maar als je het als bijgerecht gebruikt is het vast en zeker wel voldoende voor 8-10 personen.


Benodigdheden:

2 kilo (vastkokende) aardappelen
500 gr. soepvlees
2 grote uien in snippers
2 zure appels in kleine stukjes
1 krop sla
4 tomaten
1 ltr. blik doperwten/worteltjes
zoetzure augurkjes
zoetzure zilveruitjes
Amsterdamse uitjes
6 hardgekookte eieren
fritessaus
paprikapoeder
nootmuskaat
peper en zout naar smaak
1 theelepel zoete ketjap

Bereiding:

Kook het soepvlees in 1½ uur en maak het fijn met een keukenmachine. Kook de aardappelen 20 min. en maak ze met een pureeknijper fijn. Snipper de uien en appels fijn met de keukenmachine.
Giet de doperwten/wortelen af en snijd de worteltjes in dunne plakjes. Maak 2 eetlepels zilveruitjes fijn in de keukenmachine. Snijd 6 augurkjes in kleine stukjes.
Mix in een grote mengkom:
de aardappelen, het vlees, de uien, de appels, ¾ van de doperwten/worteltjes, de augurkjes en de uitjes goed door elkaar. Voeg hier 3 à 4 eetlepels fritessaus aan toe. Breng het geheel op smaak met de kruiden. Was de sla en haal de harde stukjes uit de bladeren, maak de slabladeren goed droog in een slacentrifuge. Neem een grote schaal en bedek de bodem geheel met de sla. Schep hierop het aardappelmengsel en laat aan de randen ruimte voor garnering. Halveer 4 eieren en leg de helften over de lengte en in het midden op de schotel. Doe in een maatbeker 3 eetlepels mayonaise met 1½ eetlepel water en roer dit goed door. Giet deze saus over de eieren en het aardappelmengsel. Bestrooi met paprikapoeder. Garneer de schaal met gesneden tomaten, plakjes ei, zilveruitjes en ¼ van de doperwten/worteltjes.
Als extra garnering is zalm uit blik en asperges heel erg lekker.

Serveertip:


Als extra garnering is zalm uit blik en asperges heel erg lekker.

2 februari 2014

Tartiflette *

Tartiflette is een aardappelgratin, overbakken met Reblochon kaas. Reblochon kaas komt uit de Franse Haute-Savoie: de Alpenstreek die bij de wielrenners bekend is om de kuitensloper ‘Alpe d’Heuz. Nou, ik zou die steile berg waarschijnlijk lopend nog niet eens kunnen bedwingen. Maar dat is ook helemaal nergens voor nodig, want dat doen de Franse koeien al voor mij. Terwijl Yvette3, Madeleine16 en Josephine24 en al die andere volslanke meiden met hun rasptong een portie gras met Alpenkruiden naar binnen trekken, genieten ze ondertussen van het uitzicht op de gletsjers. Na een tocht door hun 4 magen is het gras-/kruidenhapje verteerd tot heerlijk romige melk, die door een blozende Franse boerin wordt afgetapt. Van die melk maakt zij de smakelijke Reblochon voor haar ovenheerlijke Tartiflette. Niets bijzonders hoor, want dat doen en deden haar moeder, haar grootmoeder, haar overgrootmoeder en betovergrootmoeder en alle andere gebochelde Alpenomaatjes al eeuwen lang. Althans dat dacht ik toch. Maar dat schijnt helemaal niet zo te zijn. Want net als je daar lekker met je aloude receptje bezig bent, komt er zo’n betweter bij je langs die in één keer, pats-boem, je romantische ballonnetje lek prikt. Een Tartiflette bleek namelijk gewoon een marketing item uit 1980. Dat ging zo: zo ’n 30 jaar geleden zaten een stel kaasboeren (van die knoestige, verroeste Savoyards, ergens in een berghut in de Alpen over hun melk- en kaasoverschot te bomen. En dat was hard nodig, want op de planken in hun schuur lagen nog grote voorraden kazen. Een faillissement kwam steeds dichterbij. De Tartiflette redde hun Toko en met verve. Nou, dat weten we dan ook weer. Zucht! Nou, dan maar geen recept uit de oude doos, maar ik blijf gewoon denken dat het wel zo is. Want Tartiflette komt van Fricassee de Tartifles. En dat is toevallig wel een oud Frans volksgerecht van gebakken aardappelen met ui. Denk er dan even kaas en spek bij en je hebt de huidige Tartiflette. Dus ik zou zeggen, ga ook eens op zoek naar een goede Reblochon (gemaakt van rauwe melk met meer smaak) en zet ook eens een overheerlijkeTartiflette op tafel waar iedereen nog lang over na zal praten. En wie weet gaat het recept van jou dan vanzelf over op je kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. En krijgen we die aloude historie alsnog!


Zo snijd je de reblochon!



Ingrediënten:

100 gr. gerookte spekreepjes
2 teentjes knoflook of 1 theelepel knoflookpasta
8 aardappelen
2 uien
1 klein klontje boter
250 gr. Reblochon kaas
witte wijn
versgemalen peper

Bereiding:

Verwarm de oven voor op 180 °C. Schil de aardappelen, was ze en dep ze daarna droog met een keukentissue. Snijd de aardappelen in schijfjes van 2 mm dik. Snipper de uien en hak de knoflook fijn. Meng de aardappelschijfjes met de knoflook, ui en spekblokjes in een kom. Smelt de boter in een anti aanbakpan en gooi het aardappelmengsel in een anti-aanbakpan en stoof dit gedurende 3 à 4 minuten. Maak het op smaak met versgemalen peper. Schep het hierna in een vuurvaste ovenschaal en overgiet de aardappelen met de witte wijn tot ze bijna onder staan.
Dek de schaal af met aluminiumfolie maar zorg ervoor dat de rand vrij blijft zodat de stoom nog kan ontsnappen. Plaats de schaal gedurende 40-45 minuten in de oven.

Snij de kaas in 2 grote schijven (dus zodat je twee grote schijven met elk een korst aan een kant over houdt) en leg die met de korst naar beneden op de aardappelen en zet de ovenschaal nog eens circa 10 minuten in de oven, maar dan nu onder de hete grill. Houd de Tartiflette goed in de gaten, want per oven kan de grilltijd nogal verschillen. De bovenkant moet goudgeel tot lichtbruin gegrild zijn (het mag natuurlijk niet zwart gebakken worden). Dus opletten in de laatste minuten is wel belangrijk. Er kan een grote blaas ontstaan doordat de kaas heet wordt, maar dat is normaal. Dus daarover hoef je je geen zorgen te maken. Laat de schotel nog even 3 minuten afkoelen alvorens te gaan eten.

Serveertip:

Heerlijk met frisse groene salade of vers gekookte broccoli of verse sperziebonen. En als vlees zou ik gebakken varkenshaas aanraden (zonder extra saus of wat dan ook).

17 januari 2014

Krieltjes in Honing-Mosterd dressing *

Dit is een heerlijk, maar vrij simpel bijgerecht wanneer je een BBQ hebt, maar het is ook heel erg lekker bij een avondje gourmetten of fondue. Ook erg handig in de zomer, wanneer je niet al te lang in een te ‘warme’ keuken wilt staan en toch iets lekkers met aardappels wilt maken. Snel een frisse groene salade erbij, met gegrild of gebakken vlees en je hebt een gezonde maaltijd op tafel.


Ingrediënten:

700 gram verse krieltjes
1 runderbouillonblok
1 bosje verse dille
4 eetlepels mayonaise
1 eetlepel Franse of Engelse mosterd
2 eetlepels honing
1 theelepel citroensap
vers gemalen peper naar smaak

Bereiding:
Zet een pan op met ruim water en breng dit aan de kook. Voeg een grote runderbouillontablet toe en  kook de krieltjes gedurende 10 minuten. Giet ze af en laat ze even uitlekken in een vergiet.
Maak van de mayonaise, de mosterd, de honing en het citroensap een dressing (hiervoor gebruik je een staafmixer). Mix het geheel niet te lang. Snijd met een mes de dille wat fijner en voeg dit toe aan de honing-mosterdsaus.

Voeg deze dressing toe aan de nog warme krieltjes en roer het goed door. Zet de pan/schaal met krieltjes op een koele plek weg en roer het geheel nog regelmatig even goed om. De smaken van de honing-mosterdsaus krijgen dan de tijd om in de vers gekookte krieltjes in te trekken.

Serveertip:
Heerlijk als bijgerecht bij de BBQ als bijgerecht. Maar ook lekker als zomergerecht, met een frisse salade en gegrild vlees.

3 januari 2014

Boeuf Bourguignon **

Boeuf Bourguignon, ook wel boeuf à la Bourguignonne, is een Frans gerecht op basis van rundvlees gestoofd in rode Bourgogne-wijn, champignons, uitjes, en reepjes spek. Andere combinaties zijn ook mogelijk, zoals met wortelen of aardappelen. De naam betekent: 'Rund op zijn Bourgondisch' en het is dan ook een typisch gerecht voor de Bourgognestreek.
Het is een van de vele voorbeelden van Franse boerengerechten die zijn doorgedrongen tot de haute cuisine. Langzaam stoven was een manier om taai vlees mals en smakelijk te maken.




Ingrediënten:

500 gr. rundvlees
3 tenen knoflook of een theelepel knoflookpasta
1 bosje krulpeterselie
1 Bouquet Garni (peterselie, tijm en laurier), of een volle theelepel Provencaalse kruiden
500 ml. rode (Bourgogne) wijn
250 gr. verse zilveruitjes (of sjalotjes)
200 gr. kastanjechampignons
250 gr.  ontbijt spekblokjes (of reepjes)
2 eetlepels bloem
een flinke klont boter
1 grote blok rundvleesbouillon (of rundvleesfond)
zout en peper naar smaak

Bereiding:

Maak de zilveruitjes schoon. Snijd deze plakken vervolgens in kleine vierkantjes. Snijd de champignons in vieren. Hak de knoflooktenen grof. Was de peterselie, verwijder de steeltjes en hak de toppen fijn. Bewaar deze voor later. Snijd het vlees in grote blokken van circa 3x3 cm.

Bak de spekblokjes met een beetje boter lekker bruin, schep ze dan op een groot bord en houd ze even apart tot later.
Bestrooi het vlees met zout en peper. Voeg wat extra boter toe aan de pan en bak het vlees snel lekker bruin. Schep ze op het bord bij de spekblokjes. Fruit de zilveruitjes met de knoflook aan totdat ze glazig en lichtbruin zijn.

Voeg de bloem toe aan de pan met vet/boter en roer dit goed door, laat de bloem lichtbruin worden. Giet dan 450 ml. rode wijn in de pan en blijf nog even goed doorroeren, totdat er een lichtgebonden saus ontstaat. Voeg dan de spekblokjes, vlees en uien weer toe aan de saus.
Leg het Bouquet Garni in de saus (of voeg de Provencaalse kruiden toe). Zet het vuur (of de temperatuur) wat lager en laat het geheel gedurende 1½ uur op een laag vuur langzaam pruttelen. Roer regelmatig even door. Voeg hierna de champignons en de overgebleven 50 ml. rode wijn toe en laat het nog een ½ uur zachtjes pruttelen. Indien de saus te dun is, kun je hem in het laatste half uur nog wat laten inkoken door de deksel eraf te nemen.
Wanneer het vlees lekker zacht en mals is geworden, mag je de fijngehakte peterselie door de saus roeren. Hierna is de Boeuf Bourguignon klaar om geserveerd te worden.

Serveertip:


Heerlijk met witte rijst en een frisse groene salade. Maar ook lekker met aardappelpuree en vers gekookte sperzieboontjes. En nog wat vers brood erbij om de saus op te dippen!

18 december 2013

Hollandse Erwtensoep *

Erwtensoep (ook wel Snert genoemd), is een dikke soep, gemaakt van spliterwten. Andere landen, zoals Engeland en Duitsland, kennen ook erwtensoep, maar het traditionele Nederlandse gerecht dat in de winter gegeten wordt is een sterk gebonden versie. De soep smaakt het beste als deze in een grote hoeveelheid wordt bereid, en daarna voor consumptie nog een dag blijft staan. Gekoeld blijft de soep een aantal dagen goed, maar hij kan ook prima worden ingevroren in een diepvriezer. De hoeveelheden van de diverse ingrediënten variëren. In totaal moet er zoveel groente aan de soep worden toegevoegd dat de massa bijzonder dik wordt, en dan eerder lijkt op een pap dan op soep. De lepel moet er rechtop in kunnen blijven staan, zegt men weleens.
Veel traditionele recepten hebben als enige groente knolselderij, (split)erwten en wat prei. Maar dus geen aardappel, geen wortel en ook geen ui. Maar soms worden er aardappels toch aan toegevoegd om de structuur dikker te maken en zo de kooktijd te bekorten.
De soep wordt traditioneel gegeten met roggebrood, belegd bijvoorbeeld met katenspek, kaas of boter. In veel families zijn pannenkoeken het traditionele dessert na erwtensoep, een traditie die ook in Scandinavische landen bekend is, vooral in Zweden waar dit steevast elke donderdag gegeten wordt. Daar wordt het 'ärtsoppa och Pannkakor' genoemd. Wij aten het thuis ook altijd in combinatie met pannenkoeken, wat overigens wel een 'zware' maaltijd oplevert.


Ingrediënten:

1 pak spliterwten van Silvo
1 knolselderij
250 gram varkens-hamlappen
150 gram gerookte spekreepjes of blokjes
1 hele rookworst (375 gram)
1 prei
1 winterwortel
1 ui
2 kruimige aardappelen
verse krulpeterselie
verse selderie
3 grote bouillonblokken (of meer naar smaak)
1 theelepel foelie
witte gemalen peper naar smaak
gemalen nootmuskaat naar smaak

Bereiding:

Was de spliterwten grondig met koud water, totdat er geen schuim meer vanaf komt. Doe ze dan in een pan met 1½ liter kokend water. Schil de knolselderij en snijd deze in plakken van 1 cm. dik. Snijd deze plakken vervolgens in kleine blokjes van 1 cm. Voeg de gesneden knolselderij toe aan de pan met spliterwten. Voeg  2 bouillonblokken toe en laat het geheel gedurende 45 minuten zachtjes pruttelen. Roer regelmatig goed door. Kook ondertussen in een klein pannetje met 1 liter wateren 1 bouillonblok in 20 minuten de in blokken gesneden hamlappen gaar (en bij het opzetten met kokend water moet je met een schuimspaan steeds het schuim van de bouillon afscheppen, totdat deze helder blijft) en voeg wanneer het vlees gaar is de spekblokjes toe en laat deze nog gedurende 10 min. meekoken. Wanneer de spliterwten uit elkaar zijn gevallen en de knolselderij blokjes helemaal zacht en gaar zijn, neem je de pan van het vuur. Mix het geheel met een staafmixer totdat het een gladde soep wordt. Zet de pan daarna terug op het vuur. Maak de soep op smaak met witte peper, nootmuskaat en de foelie. Voeg de bouillon met vlees en spek toe aan de erwtensoep en breng het geheel weer aan de kook. Snijd en was ondertussen de prei in halve ringen (goed laten uitlekken), schil de wortels en snijd deze in plakjes van een halve centimeter dik. Snijd vervolgens deze plakjes in heel dunne reepjes (Julienne). Maak de ui schoon en snijd deze in dunne snippers of reepjes. Snijd de krulpeterselie en de selderie fijn. Voeg alle groenten toe aan de soep en roer alles goed door. Schil de aardappelen en snijd deze in plakken van 1 cm. dik en vervolgens in blokjes van 1 cm. Voeg deze ook toe aan de erwtensoep. Laat het geheel op een zacht vuur of iets lagere temperatuur rustig pruttelen totdat de groenten geheel gaar en zacht zijn. Proef of de smaak goed is en voeg indien nodig nog wat peper, nootmuskaat, foelie of een bouillonblok toe.

Serveertip:

Lekker met pannenkoeken, of met roggebrood met spek/ katenspek of kaas.

8 december 2013

Cannelloni met spinazie en ricotta **

Cannelloni komt oorspronkelijk uit Emilia-Romagna, maar wordt inmiddels in heel Italië bereid. De recepten verschillen sterk van elkaar, niet alleen per regio, maar ook per huishouden. De betekenis van het woord Cannelloni in het Italiaans is letterlijk 'grote pijpen'. Kinderen zijn dol op dit gerecht, omdat het zo heerlijk zacht van smaak is door het gebruik van de ricotta en mascarpone roomkaas.


Ingrediënten:

3 eetlepels olijfolie
1 grote ui, gesnipperd
300 gram gehakt
1 zak gewassen spinazie (circa 600 gram)
1 mespunt knoflookpasta
1 mespunt nootmuskaat
peper en zout naar smaak
250 gram cannelloni
250 gram ricotta
250 gram mascarpone
verse basilicum
1 pakje tomato frito of passata die pomodori (300 gram)


Bereiding:

Verwarm de oven voor op 180 ºC.
Verhit 2 eetlepels olie in een hapjespan en fruit hierin de ui totdat deze glazig en lichtbruin is.
Voeg nu het gehakt toe en bak dit mee terwijl je het goed los roert. Voeg de knoflook toe en laat dit nog even meebakken. Breng op smaak met peper en zout.
Verhit 1 eetlepel olie in een wok en roerbak de spinazie circa 3 minuten op een hoge temperatuur. Breng op smaak met de nootmuskaat.
Doe hem daarna over in een vergiet en laat dit zeer goed uitlekken.
Meng het uien/gehakt mengsel met de uitgelekte spinazie en de ricotta. 
Vul de cannelloni met het gehaktspinaziemengsel en leg de rolletjes naast elkaar in de
ovenschaal.
Meng de mascarpone met de tomato frito of passata en wat verse basilicum blaadjes en verdeel deze saus over de schaal. Bak de cannelloni in circa 40 min. goudbruin en gaar in de oven. 


Serveertip:

Heerlijk met vers knapperig brood om de saus op te dippen.

1 december 2013

Kip op een bierblik (uit de oven) *

Ligt het nou aan mij, of is "Kip op een Bierblikje" meer een mannen-ding dan een vrouwen-ding???

Is dit gerecht nou echt iets om door Mannen te worden bereid of niet? Ik ben zelf opgegroeid met twee oudere broers en ik denk dat als ik hen zou vertellen dat je een kip met zijn achterste op een bierblikje in de oven kunt zetten om daarna een heerlijk gerecht te worden, dat ze waarschijnlijk wel meer geïnteresseerd zouden zijn geweest om zelf ook eens te koken. Maar laten we de grappen over mannen en koken maar even achterwege laten, want dit is dus echt een briljante manier om een kip te roosteren in de oven. Natuurlijk ziet het er wel een beetje raar uit, zo’n kip (eerst gemarineerd met een overheerlijk kruidenmengsel) zittend met zijn achterste op een bierblikje. Maar luister goed: want terwijl de kip ligt te roosteren aan de buitenkant, wordt de binnenkant continue gestoomd in een condens van warm bier. Wat er ondertussen voor zorgt, dat de kip heerlijk zacht wordt zodat hij bijna van het bot afvalt. De smaken trekken zowel van buitenaf als van binnenuit in het vlees. En terwijl de huid van buiten dan ondertussen toch lekker ‘crispy’ wordt, wat dan weer een heerlijke ‘bite’ aan de kip geeft. Ideaal toch. Maar de kip gaat geen echte biersmaak krijgen hoor! De smaak hangt gelukkig meer af van de kruiden-marinade. Dit gerecht zal ongetwijfeld wel door een man verzonnen zijn, maar wij vrouwen weten het dan toch weer even te perfectioneren! De oorsprong van dit gerecht ligt ergens in Amerika of Canada, waar ze vaker BBQ-en dan in Nederland.

Ingrediënten:

1 hele kip
½ blikje bier naar smaak
Marinade:
4 eetlepels olijfolie
1 flinke mespunt fijngehakte knoflook
1 eetlepel kerriepoeder
1 eetlepel paprikapoeder
1 eetlepel kipkruiden
scheutje limoensap



Bereiding:

Verwarm de hete luchtoven voor op 180 ­°C. Wrijf de kip aan alle kanten goed in met de marinade en laat dit circa een uurtje intrekken. Gooi de helft uit het blikje bier (of nog beter ... drink het lekker op) en zet de kip met zijn achterste op het bierblikje. Zet de kip met blik in een ovenschaal, voor het opvangen van het druipvet en ander kookvocht. Zorg dat de poten niet meer vastgebonden zijn en laat de kip op zijn pootjes rusten, zodat hij samen met het blikje lekker stabiel in de schaal staat. 
Laat de kip in totaal 1½ uur in de oven staan en draai de schaal halverwege de kooktijd een keer kloksgewijs om.

Serveertip:

Heerlijk met zelfgebakken frietjes, broccoli of een groene salade. En niet te vergeten: met appelmoes!

26 november 2013

Mihoen Singapore 'DiMama' **

Mihoen is een dunne, Chinese, noedel, gemaakt van rijstbloem. Het is ook bekend onder de naam bihoen (Mihoen en bihoen zijn beide benamingen uit de Min Nan talen) of rijstvermicelli. In Thailand staat deze noedel bekend als sen mie, in Vietnam als Bún, in de Filipijnen als bihon, in Maleisië en Singapore als bee hoon, in Indonesië als bihun of mihun. Kantoneestaligen kennen het als mai fan en Mandarijns-taligen als mi fen.

Maar ik ben van mening dat je er elke dunne mie soort wel voor kunt gebruiken, al naar gelang je eigen smaak. Meng het met diverse roergebakken groenten en een goed curry paste. Ik eet Mihoen Singapore het liefst met garnalen, maar je kunt het ook met dun gesneden kipfilet maken. Qua groenten kun je eigenlijk alles gebruiken wat je maar lekker vind.
De curry pasta heb ik deze keer niet zelf gemaakt (hoewel dat niet geheel volgens mijn eigen kookvisie is, want ik maak altijd het liefst alles zelf. Maar om een goede curry paste te maken moet je daar toch wel een heleboel kruiden voor in huis moet hebben … genoeg tijd).


Benodigheden:

250 gram dunne mie of mihoen
250 gram wokgarnalen
200 gram peultjes of  naar smaak Sugarsnaps
1 grote ui
½ groene paprika
½ gele paprika
100 gram taugé
100 gram champignons
1 prei of lente-ui
½ komkommer
1 flinke eetlepel diepvriesdoperwten
2 eetlepels  Koh Thai red or green curry paste (mag ook van Phatak zijn)
1 theelepel fijngehakte knoflook
2 eetlepels olijfolie of zonnebloemolie

Bereiding:

Kook de mie of mihoen voor volgens de gebruiksaanwijzing . Giet af en spoel goed na met koud water. Laat deze apart staan in een vergiet.
Snijd de ui in tweeën en snijd vervolgens de helften in lange dunne stukken.  Voeg de knoflookpasta toe. Snijd de paprika in lange dunne repen. Snijd de champignons in plakjes. Snijd de prei in stukken van circa 5 centimeter en snijd deze stukken daarna in lange dunne plakken. Snijd de komkommer in dikke schuine plakken en snijd deze vervolgens in lange stukken van circa 1 centimeter dik.  Haal de draden van de peulen of Sugarsnaps en snijd de puntjes eraf. Indien nodig of gewenst kun je ze nog schuin doormidden snijden.  Controleer de garnalen door ze op de rug even half door te snijden en verwijder indien nodig de zwarte darmkanaaltjes. Door ze half door te snijden gaan de ruggen tijdens het bakken open staan, hierdoor zijn ze nog sneller gaar en het ziet er mooi uit in het gerecht.
Verhit de olie in een wokpan. Fruit de ui in de wok en schep deze voortdurende door de pan heen en weer. Voeg vervolgens de paprika’s toe en blijf dit continue roeren of heen en weer scheppen in de hete olie. Voeg hierna de in plakjes gesneden champignons toe, blijf steeds de groenten in beweging houden in de wok. Voeg nu de komkommer en de diepvriesdoperwten toe. Houd het vuur hoog, zodat de wok heet blijft en blijf de groenten omscheppen om aanbranden te voorkomen.
Voeg de garnalen toe en schep deze aanhoudend met het groentemengsel om in de hete wok.
Voeg  nu de curry pasta toe en roer dit gedurende enkele minuten goed door het groente/garnalen mengsel. Voeg als laatste de taugé toe en roer het geheel nog circa 2 minuten goed door. Voeg nu de uitgelekte mie of mihoen toe en schep dit op een hoog vuur nog gedurende enkele minuten goed door elkaar. Indien nodig kun je een klein beetje heet/gekookt water toevoegen om de saus goed in de mie en de groenten op te laten nemen. Serveer zodra de mie/mihoen weer warm is.

Serveertip:

Heerlijk met kroepoek en een frisse zoetzure komkommersalade.

23 november 2013

Sticky kip-drumsticks uit de oven *

Vooral voor kinderen is dit een ideaal kipgerecht omdat de kip door de Mango Chutney een heerlijk zoete smaak krijgt. Maar omdat er ook wat rode pepertjes inzitten (zonder de het pitjes weliswaar) heeft het toch ook nog wel een beetje een 'bite'. Er zijn heel wat verschillende recepten van Sticky Chicken in de omloop en ik denk dat iedereen maakt wat hij/zij het lekkerst vind. Je kunt kippenbouten, kippendijen en zelfs grote stukken kipfilet gebruiken, maar ik heb gekozen voor kip-drumsticks. Want die zijn sneller gaar en wat gemakkelijker te hanteren en te eten. De oorsprong van Sticky Chicken is Amerikaans.




Ingrediënten:

8 kip-drumsticks
Mango Chutney ± 250 gram.
2 rode pepers
2 limoenen
2 eetlepels donkerbruine basterdsuiker
1 eetlepel zoete ketjap
Verse koriander
± 250 gram cherry- of zon- tomaatjes (aan een takje) 
verse zwart gemalen peper
olijfolie
ovenschaal

Bereiding:

Verwarm de oven voor op 180 °C. Leg de kip-drumsticks in een diepe mengbak. Rol de rode pepers stevig door beide handen heen, zodat de zaadjes los komen van de schil. Snijd de bovenkant en het puntje onderaan eraf. Probeer zoveel mogelijk om de pitjes eruit te laten komen. Snijd de pepers daarna in dunne ringetjes en verwijder achtergebleven zaadjes. Pers het limoensap uit in een mengbeker, voeg daarna de Mango Chutney, de ketjap, de basterdsuiker, de grof fijngesnipperde koriander, de gesneden rode pepertjes en de versgemalen zwarte peper toe.
Giet dit mengsel over de drumsticks en laat dit minimaal een half uur intrekken (indien mogelijk nog wat langer).
Smeer een ovenschaal in met wat olijfolie en leg daarin de gemarineerde kip-drumsticks. Laat dit zo gedurende 25 minuten in de oven staan. Na deze tijd neem je de ovenschaal uit de oven en keer je de drumsticks om. Verdeel daarna de cherry/zon tomaatjes met de takjes er nog aan over de schaal. Knip eventueel de takjes in stukken. Laat het geheel nogmaals 25 minuten in de oven staan.

Serveertip:

Heerlijk met zelfgebakken frites, vers gebakken krieltjes, aardappelpuree en serveer daar dan brocolli of een heerlijke groene salade bij.

21 november 2013

Indische Riblappen **

Met het stoofvlees in de bonus was vandaag de verleiding gewoon te groot om het niet mee te nemen. Maar ik wilde echter wel eens wat anders dan de Franse of Italiaanse keuken en dus heb ik me vandaag laten inspireren door de Indonesische keuken. Het is een wat eenvoudige Daging (=rundvlees)geworden, die toch niet al te pittig is.

Ingrediënten: 

300 gram runderriblappen
3 uien
2 tomaten
sereh (citroengras)
komijn
djahe (gemberpoeder)
sambal
ketjap manis
santen
citroensap
bruine basterdsuiker
olie
zwarte peper en zout
3 tenen knoflook
Basmati rijst
verse koriander


Bereiding:

Snipper de ui zo klein mogelijk. Fruit de ui in de pan met een beetje olie, en doe de geperste knoflook erbij. Doe er een schepje sambal bij en laat het rustig een beetje fruiten. Snijd ondertussen het rundvlees in blokjes en wrijf ze in met peper en zout.
Doe wat djahe, komijn en sereh bij het ui/knoflookmengsel en roer het goed door elkaar. Zet het vuur harder en doe het rundvlees erbij. Even aanzetten tot het dichtgeschroeid is en een kopje water toevoegen. Zet je pan vervolgens op een klein pitje of als je op gas kookt met een vlamverdeler eronder. Het moet nu circa twee uur sudderen met de deksel op de pan. Controleer regelmatig of het nog voldoende vocht bevat.
Na twee uur stoven ga je de rijst koken en roer je ondertussen ongeveer 1/3 blikje santen (kokos) door het stoofpotje.
Ontvel 2 tomaten en snijd ze in blokjes (of koop kant en klare verse blokjes tomaat in blik). Doe dit bij het vlees en breng het op smaak met bruine basterdsuiker (of stroop), ketjap, sambal en peper en zout. Voeg naar smaak wat versgeknipte koriander toe. Met de suiker of stroop bind je de saus. Indien het niet goed inkookt, neem je de deksel van het vlees en laat je de saus nog een beetje inkoken op een matig hoog vuur/temperatuur.  Want terwijl je de rijst gaar kookt, kan de saus nog mooi inkoken.
Door de kokos krijgt het een mooi rond aroma; je proeft de afzonderlijke smaken heel duidelijk terug, terwijl het toch wel een geheel wordt.

Serveertip: 

Een frisse zoet-zure komkommersalade smaakt hier prima bij en Atjar is ook een goede toevoeging.